Differentiaaldiagnostiek wervelkolom-/heupgewrichtspathologie

Eenduidige Differentiaaldiagnostiek tussen wervelkolom- en gewrichtspathologie is onmogelijk zolang twee aan elkaar tegegestelde verklaringsmodellen worden gebruikt.

Yin et al. (2021): Aan de hand van gegevens uit de Taiwanese National Health Insurance Research Database (NHIRD) werd onderzocht in welke mate differentiële diagnostiek tussen heup- en lumbale wervelkolompathologie werd uitgevoerd door heup- en wervelkolomchirurgen. 
In totaal ondergingen 1824 patiënten een heup- en lendenwervelkolomoperatie: 103 (5,6%) ondergingen vrijwel gelijktijdig een heup- en rugoperatie, 431 (23,5%) ondergingen eerst een heupoperatie en binnen een jaar een rugoperatie waarbij opvallend was, dat 1290 (71%) patiënten binnen een jaar na een lendenwervelkolomoperatie een nieuwe heup kregen. 
Blijkbaar wordt de diagnose van heuppathologie als hoofdoorzaak van pijn en disfunctie in vele gevallen (71 %) vaker gemist door neurochirurgen dan door orthopedisch chirurgen, zelfs bij gevorderde osteoartritis. Kennelijk is de aandacht te eenzijdig op de wervelkolom gericht, zodat heuppathologie niet of veel te laat wordt herkend.
De vraag rijst nu hoeveel patiënten die zich alleen met klinische symptomen van heuppathologie presenteren, niet als zodanig worden gediagnosticeerd.

Liu et al. (2019): Onderzoekers van Stanford University ondervroegen 110 chirurgen, allen lid van de Hip Society of de Scoliosis Research Society, over hun voorkeurs chirurgische volgorde en hun beweegredenen voor vijf fictieve patiënten met klinische symptomen van zowel heup als lumbale wervelkolom OA, verdeeld in vijf scenario's:
1) Lumbale kanaalstenose met neurologische claudicatio: 59% van de heupchirurgen (HC) en 49% van de wervelkolomchirurgen (WC) kiezen eerst voor een heupoperatie,  
2) Degeneratieve spondylolisthesis van de lendenwervelkolom met pijn in het been: 73 % HC en 70 % WC kiezen eerst voor heupchirurgie. 
3) Lumbale discushernia met beenzwakte: 47 % HC en 19 % WC kiezen eerst voor heupchirurgie. 
4) Lumbale scoliose met rugpijn: 47% HC en 78% WC kiezen eerst voor heupchirurgie.
5) Thoracolumbale discushernia met myelopathie: 10% HC en 0% WC kiezen eerst voor heupchirurgie. 
Voor scenario's 3 en 4 blijft de vraag "eerst heup- of wervelkolomchirurgie" controversieel, zelfs voor ervaren chirurgen. Het type neurologische symptomen (nociceptief/neuropathisch) kan van invloed zijn op de besluitvorming van chirurgen, zeggen de onderzoekers.