MRI-opname van de halswervelkolom van een 67-jarige patiënt zonder neurologische en met geringe orthopedische klinische bevindingen (lichte rotatiebeperkingen bdz.), maar wel met aanzienlijke bewegingsbeperkingen van beide schoudergewrichten en uitstralende klachten in beide armen. Ernstige misvormingen van de nekwervels beschadigen het zenuwsysteem en veroorzaken de uitstralende klachten zo de radiologische conclusie. Meerdere operaties leidden niet tot enige verbetering van de klinische symptomen. Professionele oefenbehandelingen verbeterden zowel de mobiliteit van de schoudergewrichten als de uitstralende klachten aanzienlijk (met toestemming van de patiënt, gegevens bekend bei de auteur).

Artsen en fysiotherapeuten richten zich bij hun onderzoek van rugklachten nog steeds op de wervelkolom met zijn tussenwervelschijven en op de uit de wervelkolom uittredende perifere zenuwen.

Radiculaire vs. nociceptieve pijn
De diagnose van uitstralende pijn in een arm of been als neuropathische (zenuw-) pijn baseert nog steeds op een 18e-eeuwse hypothese dat zenuwvezels door beschadiging geïrriteerd kunnen raken waardoor (zenuw)pijn ontstaat. Dit hypothetische (zij het vaker gewijzigde) concept is nog steeds actueel en algemeen aanvaard in de medische en paramedische wereld.

Anderzijds is er het wetenschappelijk gefundeerde concept van nociceptieve pijn, dat gebaseerd is op de activering van nociceptoren. Ligamentaire structuren in het gewricht en de subchondrale botplaat zijn overvloedig voorzien van o.a. nociceptoren. Hoewel het exacte mechanisme van uitstralende pijn bij gewrichtsdisfunctie nog niet goed begrepen is, zou de nauwe associatie van deze structuren met het myofasciale en osteofasciale weefsel de verklaring kunnen zijn voor uitstralende klachten. Er is steeds meer klinisch bewijs voor dit concept. Steeds meer goed gedocumenteerde casusverslagen en cohortstudies tonen aan dat uitstralende pijn, die evengoed als radiculair symptoom zou kunnen worden gediagnosticeerd, volledig is verdwenen na gewrichtsvervangende chirurgie. Daarnaast bestaat er toenemend empirisch bewijs voor het nociceptieve karakter van uitstralende pijn. Specifiek training van gewrichten bij symptomatische artrogene disfunctie leidt meteen tot vermindering van uitstralende klachten voor kortere of langere duur afhankelijk van de aard van de arthrogene disfunctie.

Het diagnostisch onderscheid tussen gewrichtspathologie en spinale pathologie is uitdagend. Klinisch-motorische diagnostiek kan hier van cruciaal belang zijn.

Reële fysieke beschadiging van zenuwvezels leidt tot sensorische en/of motorische irreversibele uitvalsverschijnselen (dus geen pijn), niet te verwarren met  (deels) reversibele artrogene symptomen als krachtsvermindering, gevoelsstoornissen en pijn.

Radiologisch vs. motorisch onderzoek
Ofschoon de diagnose neuropathische pijn wordt “bevestigd” door radiologische diagnostiek die stenosen en discuspathologie zoals hernia's duidelijk zichtbaar maakt, wijzen steeds meer onderzoekers op het ontbreken van een duidelijke samenhang tussen de resultaten van radiologisch onderzoek en klinische symptomen. Personen zonder klachten tonen veelvuldig radiologisch vastgestelde vergelijkbare afwijkingen en personen met klachten vertonen net zo vaak geen afwijkingen.

Klinisch motorisch onderzoek daarentegen kan, mits goed uitgevoerd, juiste informatie geven over de functie en conditie van het  bewegingsapparaat (pijn - mobiliteit - kracht) en zo duidelijke verbanden leggen tussen symptomen en hun oorzaken.

Er zijn steeds meer wetenschappelijke publicaties waaruit blijkt dat bij gevorderde artrose gewrichtsvervangende chirurgie in de meeste gevallen leidt tot aanzienlijke pijnverlichting en dat specifieke motorische behandelingen van symptomen van beginnende en matige artrose leiden tot een aanzienlijke vermindering van (uitstralende) pijn en zelfs tot  pijnvrijheid. Gevorderde stadia van artrose zijn veel moeilijker te behandelen met bewegingstherapie vanwege hun geringe belastbaarheid, en chirurgische therapie met als doel gewrichtsvervanging komt dan eerder in aanmerking. 

De wervelkolom - een "onverwoestbare" constructie
Ofschoon radiologische beelden een kwetsbare wervelkolom tonen waar vaak afwijkingen geconstateerd worden is de wervelkolom in feite uitermate robuust gebouwd. De stabiele bouw van de aparte bouwstenen en hun onderlinge rangschikking in combinatie met slechts geringe onderlinge beweging maken de wervelkolom zeer geschikt om hoge belastingen van o.a. armen en benen op te vangen en het ruggemerg en zijn perifere zenuwen te beschermen.

De meest kwetsbare delen van de lumbale wervelkolom zijn de gevoelige ligamentaire verbindingen van het heiligbeen met de darmbeenderen (SI-gewricht) en de lumbale wervelkolom (L5-S1-gewricht).
De ligamentaire structuren van de cervicale wervelkolom zijn kwetsbaar vanwege haar bewegingsfunctie voor het hoofd en haar daarmee samenhangende complexe en fijne bouw. Motorische disfuncties van schoudergewrichten veranderen de statiek van de cervicale wervelkolom en daarmee haar belastbaarheid; al geringe motorische disfuncties van het heupgewicht veranderen de houding van de lumbale wervelkolom en leiden zo tot overbelasting van de gevoelige ligamenten van het SI-complex, de meest voorkomende oorzaak voor lagerugklachten.   

Voor het revalidatiemanagement hebben deze klinische feiten grote gevolgen. Het cervicale en lumbale radiculaire syndroom, intervertebrale stenosen en hernia's verliezen hiermee een groot deel van hun diagnostische waarde terwijl een nauwkeurige beoordeling van motorische gewrichtsfuncties een aanzienlijke klinische betekenis krijgt.