Effectief trainen bij rugpijn.

PhysioNovo - het nieuwe medische trainingsconcept baseert op vier pijlers, te weten:

  1. De glenohumero-scapulo-thoraco-cervicale motorische eenheid (arm-borstkas-nekmotoriek).
  2. De coxo-iliosacro-lumbale motorische eenheid (been-bekkenmotoriek).
  3. Het abdominale motorische complex waartoe ook de bekkenbodemspieren gerekend kunnen worden (buik- bekkenmotoriek). Door zijn specifieke paradoxe motorische activiteit verbindt een juiste abdominale activiteit de arm-borstkasmotoriek met de been-bekkenmotoriek. De wervelkolom wordt hierdoor in zijn geheel uiterst belastbaar.
  4. Vanwege het grote klinische belang voor de heup en de lumbale wervelkolom het aanleren van een juiste loop- en renmotoriek baserend op haar fysiologische ontwikkeling.
  • Het centrale gewricht van de arm-borstkas-nekmotoriek is het glenohumerale (schouder-)gewicht. Een verzwakte functie leidt altijd tot beperkte (actieve) beweeglijkheid die op haar beurt weer de motoriek van de scapula, de thoracale en cervicale wervelkolom kan beïnvloeden.
  • Het centrale gewricht van de been-bekkenmotoriek is het coxale (heup-)gewricht. Dit heeft ook een grote invloed op de been-bekkenmotoriek. 
  • Zowel een beperking van het schouder- als het heupgewricht leidt tot een verzwakking van de buik- en bekkenbodemspieren waardoor de wervelkolom in zijn geheel minder belastbaar wordt. 

Herstel van de motoriek van het glenohumerale en / of het coxale gewricht heeft prioriteit bij de behandeling van rugklachten. Afhankelijk van de  resultaten van motorisch onderzoek wordt ook de houdingscorrectie en / of verbetering van het loop- en renpatroon in het behandelingsprotocol betrokken. Doeltreffende houdingscorrectie is pas goed mogelijk als de beweeglijkheid van gewrichten (grotendeels) genormaliseerd is. 

Bij het herstel van de verzwakte gewrichtsfunctie wordt altijd gekeken naar de belastbaarheid van gewrichten. Deze is sterk afhankelijk van de gekozen bewegingsrichting waarvan de mobiliteit verbeterd moet worden. Opbouw van belastbaarheid vindt plaats via axiale, adaxiale en tenslotte rotatoire bewegingen. Centralisering van gewrichtsdelen is bij axiale bewegingen het gemakkelijkste te bewerkstelligen, bij rotatoire bewegingen het moeilijkst.

Decentralisering van gewrichtsdelen leidt tot inefficiënte en / of pijnlijke motoriek. Spieren werken nooit alleen maar altijd samen om zo de verschillende gewrichtsdelen efficiënt en doeltreffend te bewegen. Het principe van force couple is een uittekend en belangrijk instrument om deze doelstelling te bereiken. 

Herstel van de feedforwardmotoriek van het schouderblad en / of het bekken bij alledaagse activiteiten verloopt meestal parallel met de verbetering van de gewrichtsmotoriek. Dit berust op motorische leerprocessen en is voor de betroffen patiënt  moeilijk in de praktijk te brengen. Kennis en vaardigheden van de fysiotherapeut / trainer zijn hierbij van doorslaggevend belang. 

© Paul Geraedts 2020

Esthetiek van juiste motoriek

Niet alleen de fysische bouw van de wervelkolom, maar veeleer zijn bewuste actieve houding en juiste beweging bepalen de uiterlijke verschijning van de mens. Hoe onesthetisch een zwakke houding kan zijn, zo mooi kan een gecorrigeerde houding zijn, ook bij een “slechte” bouw van de wervelkolom of overgewicht. Integratie van een goede houding in beweging leidt tot esthetische alledaagse motoriek. 

„Het menselijk lichaam: zeldzaam en mooi. Er bestaat geen "normaal" (Hagen 2013) 

© Paul Geraedts

Hoe beelden boekdelen spreken...