Afb. Dans: integratie van automatische en bewuste, willekeurige motoriek leidt tot indrukwekkende motoriek (© konradbak/Fotolia)

Feedforward - Gewrichtsneurologie

Voor efficiënte motorische sturing zijn feedforward mechanismen, corticale plasticiteit en taakgerichtheid belangrijke thema’s. Bewuste en onbewuste motorische processen vullen elkaar aan en perifere senso-motorische informatie wordt automatisch geïntegreerd in de coördinatie van complexe motoriek. Hierdoor ontstaat een uitgebalanceerde en doeltreffende motoriek.

De onbewust en volledig automatisch aangestuurde feedforward motoriek van het bekken en de scapula zorgen zo voor een optimale arm- en beenmotoriek die de wervelkolom niet onnodig belast.

Bij functiestoornissen van de heup- en/of schoudergewrichten is het articulair neurologische systeem verantwoordelijk voor een onmiddelijke automatische, onbewuste verandering van de feedforward motoriek van de scapula (scapuladyskinesie)  en/of het bekken (anterior tilt).

Corticale plasticiteit zorgt ervoor dat deze gewijzigde feedforward motoriek van de scapula en/of bekken automatisch geïntegreerd wordt in de coördinatie van complexe arm- en/of beenmotoriek zodat het doel van de armbeweging (grijpen) of de beenbeweging (lopen) gehandhaafd blijft. Ook de motoriek van de wervelkolom past zich automatisch aan aan deze gestoorde feedforward motoriek van bekken en/of scapula. Door deze compenserende motoriek verplaatst de belasting van de wervelkolom zich naar minder belastbare segmenten zoals de CWK, de lagerug en het SI-gewricht met als gevolg pijn.

© Paul Geraedts 2020

Hip Spine - Shoulder Spine Syndroom

Motorische compensatiestrategieën zijn van belang om motorische doelen toch te kunnen bereiken ondanks orthopedische of neurologische aandoeningen.

Bij neurologisch gezonde patiënten kan motorische compensatie ten gevolge van functievermindering van heup- en of schoudergewrichten de oorzaak zijn van rugklachten.

Het Hip-Spine-syndroom beschrijft hoe een gestoorde functie van het heupgewricht tot motorische compensatie in de lumbale wervelkolom leidt. Door overbelasting van met name het SI- en L5/S1- gewricht kunnen deze dan pijnlijk worden.

Het Shoulder-Spine-syndroom verklaart op vergelijkbare wijze hoe een beperkte functie van het schoudergewricht door motorische compensatie tot thoracale en / of nekklachten kan leiden.

Het betrekken van de motorische functie van de heup- en/of schoudergewichten bij de beoordeling van rugpijn leidt tot betere diagnostiek en reëlere behandeldoelen voor oefentherapie.

© Paul Geraedts 2020

Musculaire force couple

Spieren werken nooit alleen en kunnen alleen optimaal worden geactiveerd in samenwerking met andere spieren.

PhysioNovo richt zich daarom op de toepassing van het motorische principe van krachtparen (Force couple): twee gelijke krachten die door spieractiviteit worden veroorzaakt en die parallel aan elkaar maar in tegengestelde richting werken. Globale stabiliserende spieren werken zo samen met globale mobilisatoren (prime movers). Voorbeelden zijn de stabiliserende mediocaudale schouderbladspieren en de dynamische schouderspieren, de stabiliserende onderste buikspieren en de dynamische heupextensoren. Lokale stabilisatoren (rotatoren cuff schouder en heup) handhaven een continue activiteit met geringe intensiteit in alle posities van het gewrichtsbereik en in alle richtingen van de gewrichtsbeweging.

Arthromyogene remming ten gevolge van gestoorde gewrichtsfuncties wordt verminderd en de actieve mobiliteit van een gewricht wordt geoptimaliseerd. Bovendien verhogen centraliserende krachtvectoren in het gewricht de belastbaarheid van het gewricht.

© Paul Geraedts 2020

Krachttraining - "hoofdzaak"

Training van spierkracht betekent bewuste activering van meer dan wel intensievere activering van spiervezels die met het zenuwsysteem verbonden zijn. Professioneel (kracht-) training is derhalve in eerste instantie een cognitief proces. Toepassing van het principe van Force couple is een uitstekende manier om spierkracht effectief te verbeteren.

Toename van "spierfibrillen", welke niet met het zenuwsysteem verbonden zijn, bijvoorbeeld door speciale eiwitrijke voeding in combinatie met een specifieke, zware training of doping, leiden weliswaar tot “spiergroei”, maar niet per se tot meer kracht. Spierfibrillen die met zenuwvezels verbonden zijn, kunnen na de groeiperiode niet meer in aantal toenemen. En extra spiervezels die ontstaan na de groeiperiode kunnen niet meer met het zenuwstelsel verbonden worden en hebben dus geen contractiele functie. 

De werkelijke kracht toont zich uitsluitend in de (coördinatieve) prestatie, niet in zijn uiterlijke verschijningsvorm.

© Paul Geraedts 2020