Afb. Dans: integratie van automatische en bewuste, willekeurige motoriek leidt tot indrukwekkende motoriek (© konradbak/Fotolia)

Het articulair - neurologische systeem

PhysioNovo maakt een onderscheid tussen bewust aangestuurde motoriek vanuit de grote hersenen en onbewuste motoriek die door de hersenstam, gewrichten (articulair-neurologische motoriek), spieren en botten gereguleerd wordt.

Ofschoon grote oppervlakkige spieren in het dagelijkse leven bij geautomatiseerde activiteiten overwegend onbewust actief zijn, kunnen zij ook bewust aangestuurd worden. Het zijn deze spieren die vanwege hun biomechanische eigenschappen daadwerkelijk de bewegingen uitvoeren. De hersenen sturen immers bewegingen aan, geen spieren. 

De kleine dieperliggende spieren van een gewricht of wervelkolom daarentegen reageren volkomen en uitsluitend onbewust op en in nauwe samenhang met de activiteit van de grote oppervlakkige spieren. Door hun stabiliserende functie voor het gewricht ondersteunen zij de grote oppervlakkig spieren in hun functie.

PhysioNovo hecht grote waarde aan het articulair-neurologisch systeem. Want gewrichtssensoren, hoe verschillend van aard ook (pijn-, mechano- en propriosensoren), hebben een buitengewoon grote directe invloed op de motoriek van gewrichten en een indirecte invloed op de motoriek van de wervelkolom. En de gewrichtsmotoriek geeft uitsluitsel over de belastbaarheid van gewrichten.

Arthro-myogene insufficiëntie van de schouder- of heupgewrichten wordt onmiddellijk gecompenseerd en kan leiden tot een verhoogde belasting van andere (vooral wervel- en sacro-iliacale) gewrichten. Arthro-myogene facilitatie door juiste belasting en / of mobilisatie leidt tot meer krach en beweeglijkheid. 

Door gerichte bewuste motoriek kunnen gewichtsfuncties weer verbeteren en compenserende motoriek gecorrigeerd worden.

PhysioNovo maakt zowel bij sport als bij revalidatie gebruik van deze gewrichtsneurologie om zo de belastbaarheid van gewrichten te beoordelen en op een veilige manier te verbeteren, pijnklachten te verminderen en (sport-) blessures te vermijden.  

Ook bij krachttraining past PhysioNovo de principes van deze gewrichtsneurologie toe want kracht is niets meer als coördinatie.

Compensatiemotoriek

De mens is in staat motorische problemen op te lossen door motorische compensatiestrategieën. Functiebeperking van een lichaamsdeel leidt automatisch tot overname van deze functie door andere lichaamsdelen, voor zover de motorische mogelijkheden van deze lichaamsdelen dat toelaten. Doet een voet pijn, belast men deze automatisch minder door mank te lopen. Een pijnlijke arm wordt gecompenseerd door de andere arm meer te gebruiken.

Met betrekking tot rugklachten spelen reflexmatige, subtiele motorische compensatiestrategieën die baseren op de articulaire gewrichtsneurologie een belangrijke rol. Wordt de functie van een gewricht minder, zij het door degeneratie, zij het door overbelasting, zij het door een trauma, nemen ook de spierfuncties van de gewrichtsoverspannende spieren af (artro-myogene inhibitie). Deze functievermindering wordt dan gecompenseerd door andere, meest naastgelegen gewrichten. Deze reflexmatige compensatie kan hier dan tot overbelasting leiden met pijn als gevolg.

Het Hip-Spine-Syndrome beschrijft hoe een verminderde heupfunctie tot compensatie in de lumbale wervelkolom leidt. Door overbelasting van het SI- of L5-S1- gewricht ontstaat dan rugpijn.

Het Shoulder-Spine-Syndrome laat zien hoe een beperkte functie van het schoudergewricht door motorische compensatiemechanismen tot scapulo-thoracale en / of cervicale klachten kan leiden.  

Uitsluitend focusseren op de wervelkolom bij rugklachten kan vanuit dit perpectief zowel diagnostisch als curatief nooit tot een afdoend resultaat leiden bij de diagnostisering en behandeling van rugpijn.

Force couple

Spieren werken nooit alleen en kunnen alleen optimaal werken wanneer zij met andere spieren samenwerken. PhysioNovo richt zich daarom op de toepassing van het motorische principe van krachtparen: twee krachten van gelijke grootte die door spieractiviteit worden veroorzaakt  en die parallel aan elkaar maar in tegengestelde richting werken. Dit motorische principe leidt tot een optimale actieve mobiliteit van een gewricht.

Arthromyogene inhibitie als gevolg van het articulaire-neurologische systeem leidt tot musculaire dysbalans en verstoort zo het wankele evenwicht tussen de onderlinge delen van krachtparen. Motorische compensatie elders vangt de motorische gevolgen van dit verstoorde evenwicht op. 

Krachttraining - "hoofdzaak"

Training van spierkracht betekent bewuste activering van meer dan wel intensievere activering van spiervezels die met het zenuwsysteem verbonden zijn. Professioneel trainen kan dit activeringsmechanisme aanzienlijk verbeteren en zo spierkracht laten toenemen. Professioneel (kracht-) training betekent derhalve verbetering van coördinatie door concentratie en vindt in beginsel in de hersenen plaats. 

Toename van spierfibrillen, welke niet met het zenuwsysteem verbonden zijn, bijvoorbeeld door speciale eiwitrijke voeding in combinatie met een specifieke, zware training of doping, leiden weliswaar tot “spiergroei”, maar niet tot meer kracht. Spierfibrillen die met zenuwvezels verbonden zijn, kunnen na de groeiperiode niet meer in aantal toenemen. En extra spiervezels die ontstaan na de groeiperiode kunnen niet meer met het zenuwstelsel verbonden worden en hebben dus geen functie. 

Zo kan een uiterlijk beeld misleiden; de werkelijke kracht toont zich uitsluitend in de (coördinatieve) prestatie, niet in zijn uiterlijke verschijningsvorm.

Mono- of biarticulair– een wereld van verschil

Spieren die slechts een gewricht overspannen, kunnen ook maar een beweging in een richting van een gewricht uitvoeren door bij aanspannen te verkorten. Wanneer nu zulke eenassige bewegingen in meerdere gewrichten van een arm of been met tegengestelde draaibeweging aan elkaar worden gekoppeld, ontstaat een rechtlijnige beweging van een hand of voet. Deze hoeft echter niet bepaald vloeiend te zijn en kan een houterig, robotachtig beeld laten zien.
Multi-articulaire spieren die twee of meer gewrichten overspannen, werken op een geheel andere, paradoxe wijze: zij verlengen in plaats van te verkorten bij aanspannen. Bovendien zijn deze spieren meestal actief in combinatie met het aanspannen van de antagonist, eveneens multi-articulair en paradoxaal werkend. Deze paradoxale spierfuncties van zowel de agonist als de antagonist leiden dan tot een verfijnd en vloeiend verloop van bijvoorbeeld een arm- of beenbeweging. 

De hamstrings aan de achterkant van de bovenbenen zijn vanwege hun overduidelijk paradoxale aanspanningskarakter het meest onderzocht en daarmee het meest bekend. Minder bekend is, dat bijna elk gewricht naast door enkelassige spieren ook door meerassige (delen van) spieren bewogen wordt. Beste en tegelijkertijd meest onbekende voorbeeld zijn de buikspieren. Hun paradoxale aanspanningspatroon is van groot belang voor een goede functie van zowel de heupspieren als de schouderblad-/rugspieren. 

To top