Afb. Dans: integratie van automatische en bewuste, willekeurige motoriek leidt tot indrukwekkende motoriek (© konradbak/Fotolia)

 

Vanuit het oogpunt van sturing kan een onderscheid worden gemaakt tussen automatische, onbewuste en bewuste, doelgerichte motorische activiteit.
Wetenschapelijk onderzoek toont aan dat meer als 90 % van de dagelijkse motoriek berust op geautomatiseerde motorische processen. Een groot deel van de geautomatiseerde motoriek kan ook bewust aangestuurd worden, b.v. wanneer de omstandigheden hier om vragen. Nieuw te leren motoriek bewust te coördineren is moeilijk en vraagt om fokus. Zij concurreert altijd met de onbewuste motoriek, die immers overwonnen moet worden.

Voor efficiënte motorische controle zijn automatische neuromusculaire controle mechanismen (feedforward motoriek) corticale plasticiteit en taakgerichtheid belangrijke thema’s. Bewuste en onbewuste motorische processen vullen elkaar aan en perifere (articulaire) senso-motorische informatie wordt automatisch geïntegreerd in de coördinatie van complexe globale motoriek. Hierdoor ontstaat een uitgebalanceerde, geautomatiseerde en doeltreffende motoriek.

Hip-Spine-Syndrome ---Shoulder-Spine-Syndrome
Bij functiestoornissen van de schouder- en/of heupgewrichten treden meteen en automatisch artromyogene motorische remmende processen in werking die de stabiliserende feedforward motoriek van het schouderblad en/of het bekken veranderen. Corticale plasticiteit zorgt ervoor dat deze gewijzigde feedforward motoriek automatisch geïntegreerd wordt in de coördinatie van de dynamische complexe arm- en/of beenmotoriek zodat haar doel gehandhaafd blijft. Ook de motoriek van de wervelkolom past zich automatisch aan deze veranderde feedforward motoriek van bekken en/of schouderblad aan. Deze adaptieve motoriek kan tot een te hoge belasting van de minderbelastbare segmenten van de wervelkolom leiden bij het overbrengen van de belasting van de armen en benen op de wervelkolom met tenslotte als gevolg rugpijn.  

Het Hip-Spine-Syndrome en het Shoulder-Spine-Syndrome zijn voorbeelden van deze motorische kompensatiestrategieën en haar mogelijke klinische symptomen.

Krachtkoppel (Force Couple)
Spieren of spiergroepen werken nooit alleen maar op gewrichtsniveau altijd in tweetallen samen (force couple). De krachtvektoren van deze spieren of spiergroepen werken parallel aan elkaar maar in tegengestelde richting en waarborgen zo een optimale neuromusculaire stabiliteit van een gewricht. Meerdere goed functionerende krachtkoppels vormen bewegingsketens die de wervelkolom op de juiste manier belasten. 
Artromyogene inhibitie als gevolg van een artrogene disfunctie van het schouder- of heupgewricht leidt tot verstoring van de verhouding van deze krachtvektoren en daarmee tot verminderde motorische stabiliteit van het schouderblad en/of het bekken met als gevolg motorische compensatie.

PhysioNovo - Werkelijke kracht komt alleen tot uiting in de coördinatieve prestatie, niet in zijn uiterlijke verschijning.
Herstel van verminderde neuromusculaire stabiliteit van gewrichten baseert op het verminderen dan wel opheffen van de lokale motorische gevolgen van artromyogene inhibitie door gerichte krachttraining. Het betreft hier nieuw aan te leren bewuste motoriek, die de onbewuste, reflexmatige geïnhibeerde motoriek moet overwinnen. Daarnaast dient ook de globale motoriek van de wervelkolom gecorrigeerd te worden.